het verhaal van
Jaap

“Soms voelt het alsof je geleidelijk beetje buiten spel wordt gezet”

Na ruim vijfendertig jaar werken in het internationale bedrijfsleven stopt Jaap bij zijn laatste werkgever. Wat volgt is geen helder plan, maar een fase van zoeken. Over wat er wegvalt, en langzaam ook weer zichtbaar wordt: wat er nog mogelijk is.

Na ruim vijfendertig jaar werken in het internationale bedrijfsleven stopte Jaap eind vorig jaar bij zijn laatste werkgever. Hij werkte in de maakindustrie, op het snijvlak van techniek, commercie en organisatie. Hij vertrok met een goede regeling.

“Ja, dubbel eigenlijk,” zegt hij. “In eerste instantie voelde het vooral als opluchting. Het was een intensieve periode geweest. Veel verantwoordelijkheid, veel druk. Dus dat viel weg. En dat is gewoon prettig.”Maar na een tijdje veranderde dat gevoel.

“Het werk waar je zo lang mee bezig bent geweest, dat valt ineens weg. En dat is niet alleen je werk. Dat is ook je ritme, je contacten… en toch ook een stuk van wie je bent.” Maar al snel werden de dagen anders, minder gevuld.

En dan komt vanzelf de vraag: wat ga ik nu doen? Maar daaronder zit eigenlijk een andere vraag. Wat wil ik nog? En misschien ook wel: wie ben ik eigenlijk zonder dat werk?

Thuis is het rustiger geworden. De kinderen zijn het huis uit. “Een gezellig empty nest,” zegt hij met een glimlach. Werk had altijd een vaste plek. Projecten, klanten, internationale contacten - het hoorde er gewoon bij. Achteraf ziet hij dat het meer was dan alleen werk.

“Het was toch ook een stuk identiteit.”

“Uit de gouden kooi stappen was spannend,” zegt hij. “Maar ook bevrijdend. Dat allebei.” Eén dag per week staat hij nu voor de klas bij de Hogeschool Rotterdam, bij Technische Bedrijfskunde. “Dat vind ik echt leuk. Werken met studenten geeft energie. Je moet blijven nadenken, je wordt uitgedaagd.”

Het is anders dan het bedrijfsleven. Minder gericht op korte termijn, meer op ontwikkeling. “Dat past wel bij deze fase.” Onlangs behaalde hij zijn BKE-certificaat. “Dus nu mag ik ook officieel toetsen afnemen en examinator zijn,” zegt hij nuchter.

De rest van de week kijkt hij rond naar nieuw werk. Dat blijkt lastiger dan hij had gedacht. “Ik was er van tevoren al wel een beetje beducht voor. Maar het is nog moeilijker dan ik dacht.” Hij spreekt mensen uit zijn netwerk en verkent mogelijkheden.

“Dan heb je een goed gesprek en denk je: hier zit misschien iets in.” Maar vaak blijft het daarna stil. Langzaam merkt hij dat dingen niet meer zo vanzelf gaan als vroeger en dat ervaring niet automatisch meer deuren opent.

“Soms voelt het alsof je geleidelijk beetje buiten spel wordt gezet.” Hij zegt het zonder bitterheid. “We blijven lachen.”

Tegelijkertijd merkt hij iets anders bij zichzelf. “Je moet oppassen dat je gaat denken dat werk alleen nog maar leuk moet zijn en dat je geen zin meer hebt in gedoe.” Want dat hoort er volgens hem gewoon bij. “Werken schuurt soms. Dat was vroeger zo en dat is nu niet anders.”

Naast zijn zoektocht doet Jaap al jaren vrijwilligerswerk bij de Voedselbank Utrecht en bij TussenThuis Utrecht, vooral in het weekend. “Dat geeft gewoon veel voldoening. Het is concreet. Je doet iets wat direct ergens toe doet.”

Met tweeënzestig voelt Jaap zich nog lang niet klaar. “Ik sta er eigenlijk wel open in,” zegt hij. “Er zijn verschillende richtingen. Ik kan terug naar iets wat ik al ken, maar het kan ook iets anders zijn.”

Hij glimlacht. “Misschien word ik wel buschauffeur of fietsenmaker.” Het is half een grap, maar ook niet helemaal. “We leven maar één keer. Dus waarom niet iets heel anders proberen?”

De nieuwe fase ligt nog open. Dat maakt het soms onzeker, zoekend ook. “Maar er zit ook iets moois in,” zegt hij.

Dat hij weer moet nadenken over wat hij wil en opnieuw ontdekt wat er allemaal nog kan.

 

 

 

 

 

Dit portret werd geschreven door Chrisje Simon-van Oosterhout, op basis van Jaaps eigen woorden.